Door een vermoeid lichaam, lege maag en het gevoel geen energie te hebben en het gevoel te hebben dat ik niet volledig wakker kan worden (beven door geen energie)…
Ook last van gespannen schouders, verkrampte maag, druk op de borstkas, verhoogde hartslag… Wat ik ook doe om mezelf te kalmeren: tegen mezelf zeggen dat ik straks mag gaan slapen, limonade drinken (suiker), kleine hapjes van ontbijt (lukt niet goed).
Wil geen angstremmer nemen, hoop dat het vanzelf zal overgaan. Cornflakes eten lukt niet, dus ben ik aan een boterham met confituur begonnen die nu voor de helft op is.
Ik probeer nog steeds om mezelf af te leiden, maar het lukt niet volledig. De paniek komt op en gaat weer even naar beneden om dan terug op te komen, maar erger.
- Niet inzitten met wat anderen denken (is één van de redenen waardoor je angstige gedachten voedt
- ‘wat als’: je geeft je lichaam angst
- Angst voor de angst : boosdoener
- Bang worden door de lichamelijke signalen
- Let op met wat je tegen jezelf zegt.
- Rustig worden
- Misschien ben ik mezelf bang aan het maken door wat ik tegen mezelf zeg.
Ik wil mijn angst overwinnen!
Ik wil een normaal leven leiden!
Ik wil genieten van het leven!
Ik wil niet meer bang zijn van mijn schaduw door de gedachten die door mijn hoofd razen. Ik wil de gedachten in mijn hoofd veranderen.
(Het idee om naar mijn moeder te bellen voor moederdag is precies toch geen goed idee.
ik merk dat sommige gedachtengangen hetzelfde zijn en op andere momenten merk ik dat ik er al corrigeer. Dus ik ben wel op goede weg! Er is al verandering, zelfs al zie ik dat soms niet.
Het is niet nodig om mij schuldig te voelen tegenover mijn moeder.
Wat ik van mijn moeder verwacht, ga ik nooit krijgen. Zij is niet zo’n persoon. Zij ziet niet in wat ze ons heeft aangedaan. Volgens haar is ze een goede moeder geweest. Het is belangrijk om me erbij neer te leggen dat ze nooit de moeder zal zijn, die ik wil.
Verlangen naar iets dat je nooit krijgt, verbruikt veel energie, en die kan ik voor andere zaken gebruiken.
Realistisch nadenken.
Voor ik ging wandelen voelde ik me benauwd. Na de wandeling vond ik het appartement te benauwd. (er was zuurstof nodig in het appartement)
Blijven buiten komen.
Zelfs met paniek kan ik naar buiten!
Paniek betekent niet dat ik niet naar buiten kan.
Ook met paniek kan ik dingen doen!
Ik voel dat mijn lichaam rust nodig heeft, dus ga ik best naar mijn lichaam luisteren.
Ik hoef geen problemen op te lossen voor ze er zijn!